Vissers vertellen verhalen van toen,
honderden jaren gelee.
Woeste orkanen verzwolgen hun stad,
trokken haar mee onder zee.
Vissers die zitten tot laat op het strand,
knopen hun netten met zekere hand.
Toch denken zij aan de tijd van weleer,
toen deze stad nog bestond.
Schepen en vissers zij keerden steeds weer
tot dat de zee hen verslond.
Geesten en spoken die leven nog voort,
in de verhalen, die je nog hoort.
Stormklokken luiden en angstige kreten,
is er nog leven, wie zal het ooit weten.
Maar de zeelui, oud en grijs,
geven hun geheim niet prijs,o
omdat water, koud en kil,
ook hen zal nemen als hij wil.
Niemand van ons heeft de stad ooit gezien.
Toch heeft ze eens echt bestaan.
Zovele jaren die gingen voorbij,
sinds dat de stad is vergaan.
Schuimende golven die teisteren de kust,
maar vissers die kennen de zee.
Zij weten wat er op de zeebodem rust,
dragen het geheim met zich mee.
Geesten en spoken die leven nog voort,
in de verhalen, die je nog hoort.
Stormklokken luiden en angstige kreten,
is er nog leven, wie zal het ooit weten.
Maar de zeelui, oud en grijs,
geven hun geheim niet prijs,
mdat het water koud en kil,
ook hen zal nemen als hij wil.
Eeuwig, zal er, een herinnering bestaan,
de stad, onder water leeft voort.
Heel lang geleden ten onder gegaan,
de zeegoden zij zijn gehoord.
Vissers die zitten tot laat op het strand,
knopen hun netten met zekere hand.
Toch denken zij aan de tijd van weleer,
toen deze stad nog bestond.
Schepen en vissers zij keerden steeds weer
tot dat de zee hen verstond.
OehOeh-OehOehOeh <i>(2X)</i> |